okt 29, 2020

Beweegleerkracht Annemarie: 'Wat ik het allerbelangrijkste vind, is het plezier in bewegen'

Het is voor kinderen belangrijk om beweegvriendelijk en motorisch goed op te groeien en daarin kan onderwijs een belangrijke rol spelen. Met Bewegend Leren bewegen kinderen fysiek in de klas, tijdens het leren en tijdens bewegingsactiviteiten buiten de school.

Annemarie van der Kaaden werkt als beweegleerkacht op OBS De Tweemaster en CBS ’t Noorderlicht. Ze heeft zowel de ALO als de PABO gedaan. ‘Inmiddels ben ik erachter dat ik het heel leuk vind om beide opleidingen te combineren, vooral in het bewegend leren. Als leerkracht merkte ik dat het bewegend leren er vaak bij inschoot, omdat het niet structureel was ingepland of het te veel organisatie kostte. Als beweegleerkacht maak ik deze struikelblokken bespreekbaar en ik zoek haalbare oplossingen. Ik krijg de tijd om dit, samen met de leerkrachten, goed op te zetten. 

Belang van bewegend leren

‘Bewegend leren heeft meerdere doelen. Het is gezond voor kinderen om gedurende de dag meer te bewegen. Op de meeste scholen zitten ze te veel stil, terwijl er een grote natuurlijke beweegdrang is bij kinderen. En het bewegen is goed voor de motorische vaardigheden, waarvan we zien dat die de laatste jaren erg gedaald zijn bij veel kinderen. Ook is het leren zelf van belang. Er is bewezen dat je nieuwe hersenverbindingen aanmaakt als je beweegt tijdens het leren, zeker voor het automatiseren is dit erg effectief. 

Daarnaast is bewegend leren goed voor de motivatie, het plezier en sociale vaardigheden. Kinderen leren elkaar veel beter kennen tijdens een les bewegend leren, in plaats van dat ze stil naast elkaar hun werkboek aan het invullen zijn.’

Afwisseling

Annemarie heeft als beweegleerkracht een afwisselend schema. ‘Ik geef twee dagen in de week de gymlessen op beide scholen. Ook sta ik een dag voor groep 5, waar ik ervoor zorg dat de leerlingen niet langer dan 30 minuten stil zitten. We hebben bijvoorbeeld bij rekenen een circuit, waarbij we vaak te vinden zijn in het speellokaal of op het schoolplein. Dit was in het begin even wennen, de kinderopvang en de bouwwerkzaamheden rondom het plein waren ook erg interessant. Toch zijn leerlingen er snel aan gewend. 

Bij andere vakken doen we vaak een spelletje met een bal of staan we op de stoelen en tafels om iets te leren. Het hoeft niet moeilijk te zijn en het is toepasbaar bij alle vakken. Gedurende de dag hebben we beweegtussendoortjes, bijvoorbeeld voor elk kind een tennisbal om trucjes mee te doen tussen de lessen door. 

Ik ben ook bezig om het bewegend leren verder uit te breiden. Ik bespreek het met de leerkrachten en probeer het op te zetten, zodat het voor hen uiteindelijk minder tijd en moeite kost. Ik kijk naar mogelijkheden om de motoriek te verbeteren, ik denk mee over een beweeghoek of zet motorische spelletjes klaar in het speellokaal.

Kinderen vinden het leuk 

‘Alle kinderen vinden het leuk om bewegend te leren en worden er erg fanatiek van. Het is de uitdaging om ieder kind op zijn eigen niveau aan het werk te zetten, net als in de lesboeken. Wat ik het allerbelangrijkste vind is het plezier in bewegen, zodat het kinderen aanspoort om thuis ook meer te bewegen. Daarnaast zijn uiteraard de basisvaardigheden belangrijk, maar ook risico's durven nemen en leren valbreken. De afgelopen jaren zijn de kinderen minder buiten gaan spelen, met alle gevolgen van dien. Laten we op school dan in elk geval zorgen dat er meer ruimte is om die motoriek te ontwikkelen. 

Wat Annemarie betreft kan elke school met bewegend leren aan de slag. ‘Denk vooral in kleine stapjes, het hoeft niet meteen veel en groots. Begin bijvoorbeeld elke les met 5 minuten de bal overgooien terwijl je de lesstof herhaald, dan heb je per dag al 30 minuten extra beweging. Of stel als doel dat je een keer in de week de reken of taal methode dicht laat en bewegend werkt aan het lesdoel. En ga in overleg met je team over hoe je elkaar kunt helpen en het organisatorisch haalbaar is.’